Het raamleerplan besteedt uitgebreid aandacht aan het vakdidactisch kader voor godsdienst/ levensbeschouwing. Het maakt eerst duidelijk om wat voor leren het gaat bij dit vak. Uitgangspunt daarbij is dat het leren wordt verbonden met de levensvragen en ethische vragen die leerlingen zelf stellen. Vervolgens heeft dit leren een relatie met de levensbeschouwelijke en morele gemeenschappen die zij in hun eigen leefwereld tegenkomen. Uiteindelijk komt het bij dit vak erop aan dat leerlingen een vijftal basishandelingen leren voltrekken. In het kort kunnen deze worden omschreven als:
Binnen elke basishandeling worden weer een cognitieve, affectieve en communicatieve dimensie onderscheiden en uitgewerkt.
Dit raamleerplan gaat ook in op de organisatie van het primaire proces van godsdienst/ levensbeschouwing. In het VMBO kent het vak een modulaire opzet. Een module bestaat steeds uit een afgebakende leerroute volgens een vaste structuur. Bij de beschrijving van die structuur keren de vijf basishandelingen weer terug. De inhoud van de modules bestaat uit thema's. Er zijn persoonlijke thema's die betrekking hebben op de eigen identiteit. Maatschappelijke thema's die handelen over de sociale werkelijkheid. En er zijn thema's uit de wereld van beroep en bedrijf. Het raamleerplan presenteert aansluitend hierop een thematische opbouw over vier leerjaren. In de modules wordt ook aandacht gevraagd voor het leren in contexten. Zij zijn de oefenplaatsen waar de leerlingen de basishandelingen leren.