Godsdienst levensbeschouwing

powered by:

bkonet

Recente ontwikkelingen in het vak

Recente ontwikkelingen in het vak godsdienst/levensbeschouwing

In de afgelopen twee decennia heeft zich in het levensbeschouwelijk onderwijs een ware omwenteling afgespeeld. Het onderwijs werd niet meer louter afgeleid van een levensbeschouwelijke traditie. Maar de leefwereld van de leerlingen eiste in de lessen een onontkoombare plaats op. Aansluiting bij wat de leerlingen op levensbeschouwelijk en moreel gebied binnen hun eigen leefwereld beweegt, werd het nieuwe motto van een revolutionaire herbezinning op inhoud en methode van levensbeschouwelijk onderwijs. We kunnen vandaag deze periode met een terugblik overzien.

De ervaring van vreemdheid van het vroegere godsdienstonderwijs heeft tot deze belangrijke verandering geleid en was erop gericht leerlingen met hun leefwereld een constitutieve plaats te geven in de lessen. De noodzaak van deze verandering kwam uit de lespraktijk. Op een bepaald moment begon de ervaring te overheersen dat een aanpak vanuit het dogmatisch systeem van een levensbeschouwelijke traditie niet aansloot bij de vragen van de leerlingen en hun maatschappelijke context, en daardoor uiteindelijk van de les een stellingenstrijd moest maken. Van het vinden van een aanknopingspunt binnen de leefwereld van de leerlingen hing het voortbestaan van dit vak af.

Zo'n aanknopingspunt is gevonden en verwerkt in materialen die in een snel tempo hun weg naar de klas vonden en het vak godsdienst / levensbeschouwing zijn vorm hebben gegeven. Het gaat om het aanknopingspunt bij de grote vragen, de levensvragen en de ethische vragen, die leerlingen in hun leefwereld tegenkomen. Het begrip levensvraag werd een funderend begrip dat enerzijds betrekking had op een fenomeen uit de leefwereld van de leerling, en anderzijds de gecondenseerde achtergrond en zelfs de zin bepaalde van levensbeschouwelijke tradities. Met behulp van dit begrip kunnen de leefwereld van de leerlingen en de levensbeschouwelijke tradities bij elkaar worden gebracht. De levensvraag werd de bepalende term in een begrippenstructuur die zich via raamplannen, methoden en opleidingsprofielen ontwikkelde tot de inhoud van het vak levensbeschouwing. En omdat het met dit begrip evident gaat om een tastbare beleving uit de leefwereld van de leerlingen, kwamen de leerlingen aan zet. Niet in de marge van het vak, maar meebepalend in het centrum ervan.

Levensvragen zijn een centraal onderdeel geworden van de inhoud van het vak godsdienst / levensbeschouwing. Ze bieden een kans om aan te sluiten bij de concrete ervaringen van leerlingen. De vraag naar de aansluiting bij de leefwereld van de leerlingen is daarmee de laatste tien jaren sterk teruggekomen in het onderwijs. Basisvorming en Tweede fase zijn kaders voor de organisatie van onderwijs waarin leerlingen een grote rol vervullen. Achter deze nieuwe onderwijspraktijk staat een nieuw denken over de optimalisering van de omgeving waarin leerlingen leren. Hoe schep je een context waarbinnen leerlingen actief en authentiek leren? Waarin leerlingen oefenen in het construeren en reconstrueren van hun leefwereld? Waar het telkens om gaat is dat onderwijs meer aandacht zou moeten hebben voor de individuele situatie van leerlingen. Leerlingen hebben uiteenlopende vertrekpunten voor hun leren. Het is de vraag of je deze individuele verschillen recht doet door alle leerlingen tegelijkertijd dezelfde leerstof en dezelfde leerroute aan te bieden. Belangrijke vragen daarbij zijn: Kun je de uiteenlopende leervragen waarmee leerlingen een leerproces ingaan wel over een kam scheren en vangen in een leerroute die voor alle leerlingen gelijk is? Leer je leerlingen op die manier wel om zelfstandig te worden en om te gaan met verschillen tussen henzelf en andere leerlingen? Is het leerstof-jaargroep-systeem nog wel bruikbaar?

--------------------------------------------------------------------------------------

Godsdienst/levensbeschouwing als examenvak in havo en vwo

Het wetsvoorstel Herziening Tweede Fase VO maakt de mogelijkheid om vanaf augustus 2007 het vak godsdienst/levensbeschouwing een plaats te geven in het examenprogramma van de tweede fase.

De mogelijkheid om godsdienst/levensbeschouwing een eindexamenstatus te geven is een vrije keuze. Veel scholen zien het als een belangrijke stap voorwaarts en als een emancipatie van het vak. Het vak gaat voortaan meetellen. Wie de godsdienstige en levensbeschouwelijke vorming van belang vindt, kan dit in de nabije toekomst onderstrepen door het vak examenstatus te geven. Zo kan de school laten zien hoe ze dit vak waardeert. Het vak krijgt immers een gelijkwaardige positie ten opzichte van andere vakken en een volwaardige inbedding in het curriculum van de school. Dit blijkt ook uit de didactiek van het vak die ruimte biedt voor kennis en inzicht, probleemgestuurd onderwijs, het aanleren van onderzoeksvaardigheden, het stimuleren van reflectie, communicatie en de vorming van een persoonlijke stellingname inzake godsdienstige, levensbeschouwelijke en ethische kwesties. Daar komt bij dat het vak godsdienst/levensbeschouwing zich goed leent voor vakoverstijgende projecten en voor het leggen van verbindingen tussen vakken.

Wie een keuze wil maken zal tijd en ruimte moeten reserveren voor het doorlopen van een besluitvormingstraject om uiteindelijk een beslissing te nemen om het vak al of niet in te voeren.
Als u van de mogelijkheid gebruik wil maken om reeds in augustus 2007 godsdienst / levensbeschouwing in te voeren zal dan ook tijdig een aanvang moeten worden gemaakt met het  besluitvormingstraject teneinde in het schooljaar 2006-2007 de schoolorganisatorische en inhoudelijke voorbereidingen te treffen.

Een van de aspecten van een goede voorbereiding betreft de informatie en toerusting van de vakdocenten die hierin een verantwoordelijkheid gaan dragen. De bond KBVO heeft in 2004 de adviescommissie ‘examenvak godsdienst/levensbeschouwing voor de tweede fase van het voortgezet onderwijs’ ingesteld. Deze commissie richt zich op het ontwikkelen van een handreiking die u behulpzaam kan zijn bij de keuze om godsdienst/levensbeschouwing in te voeren als examenvak. De bond KBVO hoopt deze handreiking na de zomervakantie van 2006 gereed te hebben. Naast praktische informatie zal de handreiking een vakinhoudelijk en vakdidactisch kader aanreiken evenals suggesties voor kwaliteitsborging en suggesties voor het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA). Dat laatste is van belang omdat het opnemen van het vak in een PTA de enige verplichting is die u als school straks heeft als u het vak godsdienst/levensbeschouwing wil aanbieden als examenvak.

Dit najaar zal de bond KBVO een netwerkbijeenkomst over dit onderwerp organiseren voor vertegenwoordigers van de scholen, respectievelijk docenten godsdienst/levensbeschouwing.